Download This List


Download List For Windows Download List For Macintosh OS X Download list file for manual import

What is a Byki List?
Download Free Byki Express
Collapse
Embed This List

Link


To display this list on your Web page or blog, simply place this code in the HTML.





Expand
Email This List 

Collapse
More Dutch Lists 

More Dutch Lists


Expand
List Central FAQs 

Dutch Lesson: Preposities 1

Description:   fsi

Created by: Jeremypete
Dutch Lesson RatingDutch Lesson RatingDutch Lesson RatingDutch Lesson RatingDutch Lesson Rating
Average Rating:


Close

Byki List Tags

   What is a tag? 


Expand
View All Comments 

Collapse
List Items 
Card # Dutch English Image
1
Ze wandelen door de stad.
They wander through the city.
2
Ze wandelen naar de stad.
They walk to the city.
3
Ik eet in het restaurant.
I eat in the restaurant.
4
De kinderen spelen op straat.
The kids play in the street.
5
We werken op de ambassade.
We work at the embassy.
6
Jij werkt op kantoor.
You work at the office.
7
Ik ben in mijn kantoor (F-1604).
I am in my office.
8
Ik kwam hem tegen op een vergadering.
I ran into him at a meeting.
9
Ik vraag het aan de lerares.
I ask the teacher.
10
De villa ligt aan het water.
The mansion sits on the water.
11
Vanaf het balkon heeft hij uitzicht op zee.
From the balcony he has a view of the sea.
12
We zitten op het balkon.
We are sitting on the balcony.
13
Ben je lid van een groep?
Are you a member of a group?
14
Ik moet even met mijn collega overleggen.
I have to consult with my colleague.
15
We logeren bij mijn tante.
We stay with my aunt.
16
Ik ga met mijn man naar Den Haag verhuizen.
I am going to move to Den Haag with my husband.
17
Ik ga met mijn man bij mijn ouders eten.
I am going with my husband to eat at my parents.
18
Dit programma is populair bij jongeren.
This program is popular with young people.
19
Ze lacht niet om het grapje.
She doesn't laugh at the joke.
20
We dansen met elkaar.
They dance with each other.
21
We kunnen niet bij elkaar zitten in de trein.
We cannot sit together on the train.
22
De groep bestaat uit zes personen.
The group consists of six people.
23
Wat kunnen we concluderen uit dit onderzoek?
What can we conclude from this study?
24
Drink je bier uit de fles of uit een glas?
Do you drink beer from the bottle or from a glass?
25
Dit bedrijf is een concurrent van ons.
This company is a competitor of ours.
26
Laten we een bericht naar de pers sturen.
Let's send a message to the press.
27
We besteden veel tijd aan preposities.
We spend a lot of time on prepositions.
28
Hebt u een legitimatie bij u?
Do you have ID on you?
29
Het nummer is in gesprek.
The number is busy.
30
We gaan in november op vakantie naar Suriname.
We are going in November on vacation to Suriname.
31
Ze is aan de telefoon.
She is on the phone.

Transparent Language For Government Clients For Government Clients